Propedeuse en tweede jaar
Kenmerk van de major Grond-, weg- en waterbouw is dat je voor een breed werkveld wordt opgeleid. In het eerste jaar verwerf je basiskennis en maak je kennis met het werkveld via onderwerpen als water, milieu, bodem, natuur, landschap, infrastructuur en recreatie.

Je draait een project waarbij zaken als woonwijken, rioleringen en wegen centraal staan. Ook doe je veldonderzoek en maak je een integraal beheersplan voor een waterschap.
Het tweede jaar start met een oriënterende stage. Daarna volgen drie onderwijsperiodes waarin achtereenvolgens de thema's techniek, water en landschap centraal staan.
Doordat je overal mee bezig bent geweest, weet je aan het eind van je tweede jaar precies wat je wilt.
Derde en vierde jaar
Aan het begin van het derde jaar geeft de major verdere verdieping. Je bent bijvoorbeeld bezig met waterbouwkundige constructies, je legt nieuwe natuur aan, zoals nevengeulen langs rivieren, en je lost milieuvraagstukken op.
En passant doe je vaardigheden als projectleider op en kennis van GIS (Geografische Informatie Systemen) en technisch ontwerpen. Daarna breng je al het geleerde in praktijk bij je tweede verdiepende stage. Deze duurt een halfjaar.

In je vierde jaar specialiseer je je met een minor die aansluit op jouw interesse. Stedelijk waterbeheer of ecohydrologie? Watersysteemanalyse of ontwikkelingsplanologie? In Nederland of buiten de grenzen?
Je afstudeeropdracht tenslotte, met één of twee medestudenten, beslaat het laatste halfjaar van je studie.